Encyclopedia

ASHTAROTH; ASHTEROTH-KARNAIM; BEESHTERAH

ash’-ta-roth, as’-ta-roth (`ashtaroth; de King James Version Astaroth; Astaroth, de stad van Og, koning van Bashan (Deuteronomium 14, enz.); `ashteroth qarnayim, het toneel van de nederlaag van de Rephaim door Chedorlaomer (Genesis 14:5): (be`eshterah) een Levitische stad in Manasse ten oosten van de Jordaan (Jozua 21:27)): De naam betekent waarschijnlijk “huis” of “tempel van Ashtoreth”. Het is identiek met Ashtaroth in 1 Kronieken 6:71. Ashtaroth is het meervoud van ASHTORETH (die zien). De naam duidt een plaats aan die verbonden is met de verering van deze godin. Ashteroth-karnaim wordt slechts één keer in de canonieke Schrift genoemd, tenzij we de restauratie van Gratz aanvaarden, wanneer Karnaim verschijnt als een stad die door Israël is ingenomen: “Hebben wij niet door onze eigen kracht horens (qarnayim) tot ons genomen?” (Amos 6:13). Het is identiek met Carnion of Carnaim uit 1 en 2 Makkabeeën, een stad in Gilead met een tempel van Atar-gatis. De naam Ashtaroth is geïdentificeerd met Astertu in de lijsten van Tahutmes III van de XVIIIe Egyptische dynastie; en met Ashtarti in de Tell el-Amarna brieven. De aanspraak op oudheid is dus duidelijk.
Voor zover het de Bijbel betreft, zouden de namen aan het hoofd van dit artikel voor één en dezelfde stad kunnen staan, waarbij Ashtaroth een samentrekking is van Ashteroth-karnaim. Maar in de tijd van Eusebius en Hiëronymus, zo leren wij uit het Onomasticon, waren er twee forten met deze naam, 9 mijlen van elkaar verwijderd, liggend tussen Adara (Der`ah) en Abila (Abil), terwijl Ashtaroth, de oude stad van Og, koning van Bashan, 6 mijlen van Adara lag. Carnaim Ashtaroth, dat klaarblijkelijk identiek is met Ashteroth-karnaim, beschrijven zij als een groot dorp in de hoek van Basjan, waar volgens de traditie het huis van Job staat. Dit lijkt te wijzen op Tell `Ashtara, een heuvel die ongeveer 80 voet boven de vlakte uitsteekt, 2 mijl ten zuiden van el-Merkez, de zetel van de gouverneur van de Chauran. Drie kwart mijl ten noorden van el-Merkez, aan het zuidelijke einde van een heuvelrug waarop het dorp van Sjeik Ca’ad is gebouwd, staat de weley van de steen van Job, Weley Sakhret ‘Ayyub. Bij de grote steen onder de koepel zou Job gezeten hebben om zijn vrienden te ontvangen tijdens zijn benauwdheid.
Een Egyptische inscriptie, gevonden door Schumacher, bewijst dat de steen een monument is uit de tijd van Ramses II. Aan de voet van de heuvel is het bad van Job aangegeven. In el-Merkez maakt het gebouw dat bekend staat als Deir ‘Ayyub, “Klooster van Job,” thans deel uit van de kazerne. Daar wordt ook de graftombe van Job getoond. De beek die zuidwaarts langs Tell `Ashtara stroomt, heet Moyet en-Neby ‘Ayyub, “beek van de profeet Job,” en zou ontsprongen zijn op de plaats waar de aartsvader zijn voet op zijn herstel stampte. Er zij ook op gewezen dat het gebied dat ligt in de hoek gevormd door Nahr er-Raqqad en de rivier Yarmuk tot op heden ez-Zawiyet esh-sharqiyeh wordt genoemd, “de oostelijke hoek” (d.w.z. van de Jaulan). De term kan in Jerome’s tijd het land ten oosten van de `Allan hebben omvat, hoewel dit nu deel uitmaakt van de Chauran. In Tell `Ashtara zijn er overblijfselen die wijzen op een hoge ouderdom. De plaats werd ook in de Middeleeuwen bewoond. Misschien moeten we hier Carnaim Ashtaroth van het Onomasticon situeren. Het komt echter niet overeen met de beschrijving van Carnaim in 1 en 2 Makkabeeën. De Ashtaroth van het Onomasticon kan in el-Muzerib hebben gelegen, aan de grote pelgrimsweg, ongeveer 6 Romeinse mijlen van Der’ah – de afstand die door Eusebius wordt aangegeven. De oude vesting hier bevond zich op een eiland midden in het meer, Baheiret el-Bajjeh. Een volledige beschrijving van de plaats wordt gegeven in Schumacher’s Across the Jordan, 137. Het moet in de oudheid een plaats van grote sterkte zijn geweest; maar de oude naam is niet teruggevonden.
Sommigen plaatsen Ashteroth-karnaim, de Carnaim van de Makkabeeën, in Tell ‘Ash`ari, een plaats 10 Romeinse mijlen ten noorden van Der`ah, en 4 1/2 Romeinse mijl ten Z 2 van Tell `Ashtara. Dit was duidelijk “een plaats die moeilijk te belegeren was, en moeilijk toegankelijk door de engte van de toegangswegen aan alle kanten” (2 Makkabeeën 12:21). Het is de bekroning van een voorgebergte tussen de diepe kloof van de rivier de Yarmuk en een grote kloof, met aan de kop daarvan een waterval. Men kon het alleen bereiken via de hals die het met het vasteland verbond; en hier werd het bewaakt door een drievoudige muur, waarvan men thans nog de ruïnes ziet. De overblijfselen van een tempel dicht bij de brug over de Yarmuk markeren wellicht de plaats van de slachting door Judas.
De hele kwestie is echter onduidelijk. Eusebius is duidelijk schuldig aan verwarring, met zijn twee Ashtaroth-karnaims en zijn Carnaim Ashtaroth. Alle plaatsen die wij hebben genoemd liggen aanzienlijk ten noorden van een lijn getrokken van Tell Abel naar Der`ah. Voor licht op het probleem van de identificatie moeten we wachten op de resultaten van opgravingen.
W. Ewing

ASHTEROTH-KARNAIM

ash’-te-roth kar-na’-im: D.w.z. “Ashteroth van de twee horens,” genoemd in Genesis 14:5 als de plaats van Chedorlaomer’s nederlaag tegen de Rephaim. Zie ASHTAROTH. Een Carnaim of Carnion in Gilead, met daaraan vast een tempel van Atar-gatis, werd door Judas Maccabeus veroverd (1 Maccabeeën 5:43, 44; 2 Maccabeeën 12:26).

Strong’s Hebrew

H6255: Ashteroth Qarnayim

“Ashtaroth van de dubbele horens,” een plaats ten oosten van de Jordaan

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *