A. Een vaststelling van de voogdij over een kind, afgegeven door een rechtbank van een andere staat, kan in dit Gemenebest worden geregistreerd, met of zonder een gelijktijdig verzoek om tenuitvoerlegging, door aan de bevoegde rechtbank voor jeugdzaken en binnenlandse betrekkingen in dit Gemenebest te zenden:

1. Een brief of ander document waarin om registratie wordt verzocht;

2. Twee afschriften, waarvan één gewaarmerkt afschrift, van de beslissing waarvan registratie wordt verzocht, en een verklaring op straffe van meineed dat naar het beste weten en overtuiging van de persoon die om registratie verzoekt, de beslissing niet is gewijzigd; en

3. Tenzij anders bepaald in § 20-146.20, de naam en het adres van de persoon die registratie aanvraagt en van elke ouder of persoon die als ouder optreedt en aan wie het gezag of de omgangsregeling is toegekend bij de bepaling van het gezag over het kind waarvoor registratie wordt aangevraagd.

B. Na ontvangst van de in onderafdeling A vereiste documenten, zal het registrerende gerecht:

1. De vaststelling laten registreren als een buitenlandse beslissing, samen met een afschrift van alle begeleidende documenten en informatie, ongeacht de vorm ervan; en

2. De in onderafdeling A 3 genoemde personen in kennis stellen en hen in de gelegenheid stellen de registratie overeenkomstig deze afdeling te betwisten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *